De op 7 april 2021 in het PC 126 gesloten cao inzake outplacement voor bedienden voorziet drie scenario’s van outplacement:
De bijzondere regeling geldt indien (cumulatieve voorwaarden):
Bepaalde werknemers komen echter niet in aanmerking:
(*) Als de ontslagen werknemer echter uitdrukkelijk outplacement vraagt aan de werkgever, moet die hierop ingaan. Deze aanvraag moet schriftelijk gebeuren, en uiterlijk twee maanden na de kennisgeving van het ontslag.
De werkgever moet de in aanmerking komende werknemer binnen de vijftien dagen na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst schriftelijk en aangetekend een geldig outplacementaanbod doen. Dat doet hij via modelbrief 1 (als de werknemer een opzeggingstermijn moet presteren) en via modelbrief 2 (als de werknemer een verbrekingsvergoeding krijgt).
De werknemer moet zich na ontvangst van het aanbod door de ex-werkgever binnen de maand bij Woodwize inschrijven. Daartoe bezorgt hij binnen de maand het ingevulde en gehandtekende formulier (bijzondere regeling) dat bij de brief van de werkgever werd gevoegd aan Woodwize. Hij voegt daarbij een kopie van de ontslagbrief en een kopie van het laatste contract of de C4.
Het outplacement duurt 60 uren, verspreid over 12 maanden. De werkgever en de werknemer kunnen, in onderling overleg, beslissen om de outplacementbegeleiding al aan te vatten tijdens de te presteren opzeggingstermijn. De uren van de begeleiding worden dan afgetrokken van de afwezigheidsdagen om een nieuwe betrekking te zoeken (bepaald door art. 41 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten).
De kostprijs wordt ten laste genomen door de sector.
De werkgever moet de werknemer binnen de vier weken na aanvang van de opzeggingstermijn schriftelijk en aangetekend een geldig outplacementaanbod doen, via modelbrief 3 (algemene regeling met te presteren opzeggingstermijn). Gebeurt dat niet, dan heeft de werknemer vier weken de tijd om de werkgever in gebreke te stellen.
Na ontvangst van het aanbod door de werkgever, beslist de werknemer binnen de vier weken om dat al dan niet te aanvaarden. Aanvaardt de werknemer het aanbod, dan bezorgt hij of zij binnen de vier weken het ingevulde en gehandtekende formulier (30 weken met opzeggingstermijn) dat bij de brief van de werkgever werd gevoegd aan Woodwize. Hij voegt daarbij een kopie van de ontslagbrief en een kopie van het laatste contract of de C4.
Het outplacement duurt 60 uren verspreid over 12 maanden waarbij het sollicitatieverlof gebruikt wordt voor deelname aan het outplacement.
De kostprijs wordt ten laste genomen door de sector.
De werkgever moet de werknemer binnen de vijftien dagen na beëindiging van de arbeidsovereenkomst schriftelijk en aangetekend een geldig outplacementaanbod doen, via modelbrief 4 (algemene regeling met verbrekingsvergoeding). Doet de werkgever dat niet, dan heeft de werknemer 39 weken de tijd om de werkgever in gebreke te stellen.
Na ontvangst van het aanbod van de werkgever, beslist de werknemer binnen de vier weken om dit aanbod via Woodwize al dan niet te aanvaarden. Het aanbod is verschillend voor 3 categorieën, gebaseerd op de waarde van 1/12e van het wettelijk bepaalde bruto jaarloon van de ontslagen werknemer. Elke categorie bevat 60 uren begeleiding verspreid over 12 maanden, deels in groep en deels individueel.
De werkgever contacteert Woodwize in verband met het aanbod. U kan dit doen via bijgevoegd formulier (formulier+ 30 wekenverbrekingsvergoeding). Woodwize zal de werkgever onmiddellijk uitnodigen 1/12de van het wettelijk bepaalde brutojaarloon van de werknemer te betalen aan het Fonds voor Bestaanszekerheid Stoffering en Houtbewerking.
Deze dienst is dus niet gratis voor de werkgever. De werkgever betaalt 1/12de van het wettelijk bepaalde brutojaarloon van de ontslagen werknemer, met een minimum van 1800 euro en een maximum van 5500 euro. Werkte de werknemer deeltijds, dan worden de maxima en minima proportioneel verminderd.
De werkgever heeft wel het recht om 4 weken loon in te houden op de verbrekingsvergoeding van de werknemer.
De werknemer heeft in dit geval (algemene regeling met verbrekingsvergoeding) recht op een kostenvergoeding van 70 euro als hij of zij een fase van 20 uur voltooit, met een maximum van 210 euro per volledig traject.